B-163-Crowd/MST5, ink and Tipp Ex, 65 x 50 cm, 2012


Mais que font-ils ? Mais de quoi nous parlent-elles ?
Et qu’écrit-elle ?
Parce qu’elle écrit...
/ Yannick Courbes

Je n’aurais pas dû m’engager à expliquer le travail de Pascale-Sophie Kaparis. Non.
A chercher à expliquer souvent on s’abîme. Souvent d’ailleurs il me revient dans ces
moments-là les mots de Dante, de cette histoire de route perdue, de recherche d’une
ligne droite et de la découverte en fin de compte d’une irrémédiable sinuosité. Il
n’y a jamais d’impasse, seulement des voies qui nous font voir autre chose, des chemins
qui nous amènent là on nous n’aurions jamais osé penser nous égarer.
Les dessins de Pascale sont ainsi et ne nous content que cela. Ce qui m’a toujours
intrigué c’est qu’ils doivent parler de corps. Mais pas de ces corps ressemblants, de
ces corps lisses et beaux. Il s’agit au contraire d’intérieurs altérés ou d’excroissances
sauvages, érotiques, écartelées, mais point de perversion, ni de morale, ni de fétichisme.
On perçoit des vaisseaux, des muscles, tous gorgés de sang, d’un rouge dont
on ne sait s’il est une allégorie du pouvoir, du sacré, du feu, de la douleur ou de la
guerre. Et pourtant ces «morceaux», si ils parlent du corps, si ils le sont indéniablement, atomisés, ils ne sont aussi que traits, ou lignes ou chemins dans lesquels on divague et on cherche. Et tout s’effondre. On croit entrevoir, le verrou commence à glisser lentement, on commence à comprendre. Et nous sommes arrêtés par un trait blanc au Tipp-Ex. Que vient-il faire là ? Un repentir, la trace d’une correction, un effacement, un pansement de dessin ? Rien de cela, ce trait (ils peuvent être plusieurs) vient s’appuyer sur le dessin des traits rouges. Il vient l’augmenter, il crée ainsi, bien plus qu’une surface, une profondeur. Et, il est d’ailleurs parfois surligné. Pascale-Sophie Kaparis aime ainsi elle-même se perdre dans ses miscellanées. Elle doute, et met en doute. Ses dessins ne sont jamais réellement terminés. Aurait-elle voulu qu’ils se reproduisent in fine, qu’elle défait et reprend l’ouvrage comme dans son travail d’estampes et de gravures (objets accomplis par excellence et reproductibles
à l’identique) qu’elle «retouche» ou «réemploie» et par là même réactive. Les dessins de Pascale ne sont pas raisonnables, ils n’ont rien qui puisse nous reposer. Ils sont des simulacres de corps, des simulations d’incarnation. Et nous seuls pouvons nous y perdre et ne jamais y retrouver la ligne droite. Enfin.

Yannick Courbès - Juin 2012
Conservateur et commissaire d'exposition, MUba Eugène Leroy

Te Corto
Exposition et livre d'artiste "Zelfportret" 2012

Maar wat doen ze? Wat zeggen ze ons?
En wat schrijft ze?
Ze schrijft….
/ Yannick Courbes

Ik had me niet moeten wagen aan een duiding van het werk van Pascale-Sophie
Kaparis. Als je iets probeert uit te leggen loop je daar vaak hopeloos in vast. Ik denk
op zo’n moment meestal aan het verhaal van Dante waarin hij probeert een rechte
weg te vinden en uiteindelijk ontdekt dat het een niet te ontwarren kluwen is. Nooit
is er een uitweg, er zijn alleen wegen die ons weer iets anders laten zien, die ons
leiden naar plaatsen waarvan we nooit hadden durven dromen dat we er zouden
geraken.
Zo zijn de tekeningen van Pascale en dat is wat ze ons wil vertellen. Wat me altijd
heeft geïntrigeerd is dat ze over lichamen lijken te gaan. Maar niet over het lichaam
zoals wij dat kennen, over perfecte, mooie lichamen. Het gaat juist over wat er
binnenin zit, maar dan op een andere manier weergegeven.
Met grillige uitwassen, wild en vertekend of erotisch, maar nooit pervers of moraliserend of bedoeld als fetisj. Je ontdekt aders en spieren, gevuld met bloed in een rood waarvan je niet weet of het macht voorstelt of iets heiligs, dan wel vuur, pijn of oorlog. Maar deze ‘stukken’ of ze nu duidelijk over het lichaam gaan of minder herkenbaar en gefragmenteerd zijn, zijn tegelijk ook strepen, lijnen en paden waarlangs we kunnen dwalen en zoeken. En alles valt uiteen. Juist op het moment dat je iets denkt te herkennen en het beeld zich langzaam opent komt daar een witte streep met Tipp- Ex overheen. Wat doet die daar? Is dit een overschildering, of wordt er iets gecorrigeerd, uitgewist, of juist verbonden in de tekening? Niets van dit alles, deze streep (het kunnen er ook meer zijn) is daar om zichzelf te profileren in het samenstel van rode lijnen. Hij versterkt het en geeft het behalve een nieuw oppervlak vooral ook diepte. Soms wordt de streep ook omlijnd. Pascale-Sophie Kaparis houdt ervan zichzelf te verliezen in dit proces van het vermengen. Ze twijfelt en stelt ter discussie. Haar tekeningen zijn nooit echt af, misschien wil ze wel dat ze zich eindeloos kunnen voortzetten, dat ze haar werk steeds herneemt. Zoals ze ook haar prenten en grafiek steeds bijwerkt en hergebruikt zodat er nieuw leven in komt. De tekeningen van Pascale zijn niet rationeel, ze brengen ons niet tot rust. Ze roept de lichamen op, lijkt ze te incarneren en wij kunnen ons er slechts in verliezen, op zoek naar de rechte lijn die we uiteindelijk nooit zullen terugvinden.

Yannick Courbès - Juni 2012
Curator at MUba Eugène Leroy

Te Corto
Exhibition and artist's book "Zelfportret" 2012